Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat stamceltherapie (aHSCT) bij sommige vormen van MS nieuwe aanvallen kan voorkomen en achteruitgang kan remmen of zelfs stoppen. Er zijn echter methodologisch sterke studies (de zogenaamde “controlled randomized” studies) nodig die verder inzicht zullen bieden in de exacte plaatsbepaling van stamceltherapie bij MS. Dit betekent dat uit onderzoek moet blijken voor wie stamceltherapie een goed alternatief is voor bestaande behandelingen. Het onderzoek in het Amsterdam UMC (RAM-MS onderzoek) is een voorbeeld van dergelijk onderzoek dat nog nodig is.
Onderzoek naar stamceltherapie bij MS in MS Centrum Amsterdam – Nationaal MS Fonds
Mensen met MS hebben een ontregeld afweersysteem. Bij autologe Hematopoietische Stamcel Transplantatie (aHSCT), ofwel stamceltherapie, krijgt het afweersysteem een soort herstart. Eerst isoleren onderzoekers stamcellen uit het bloed van een patiënt. De patiënt krijgt vervolgens medicijnen die de ontregelde afweercellen doden (chemo- en immunotherapie). Daarna krijgt de patiënt de eigen stamcellen terug. Deze stamcellen vormen het nieuwe afweersysteem. De behandeling lijkt het meest effectief bij mensen met hele actieve MS. Deze mensen met MS hebben veel ontstekingen in het centraal zenuwstelsel (zoals te zien op MRI-scans van hersenen en ruggenmerg), ondanks het gebruik van ontstekingsremmende medicijnen.
Onderzoek in MS Centrum Amsterdam (RAM-MS onderzoek)
MS Centrum Amsterdam neemt deel aan een grote internationale gerandomiseerde en gecontroleerde multicenter studie die in Scandinavië is opgezet. In deze studie wordt stamceltherapie vergeleken met effectieve MS-medicijnen (alemtuzumab, cladribine of ocrelizumab). Het is een onderzoek waarbij patiënten die onvoldoende effect hebben van een behandeling met interferon bèta, glatirameeracetaat, dimethylfumaraat, teriflunomide, fingolimod of natalizumab worden gerandomiseerd* tussen stamceltherapie of behandeling met alemtuzumab, cladribine of ocrelizumab.
In de totale studie doen 100 mensen met MS mee uit Noorwegen, Zweden, Denemarken en Nederland. Vijftig van hen krijgen stamceltherapie (groep A) en vijftig krijgen een tweedelijnsmiddel (groep B).
Na twee jaar vergelijken de onderzoekers de effectiviteit, de veiligheid en de kosten van beide behandelingen, inclusief nazorg. Daarna volgt een follow-up tot vijf jaar na de start van de behandeling om ook de effectiviteit en veiligheid op langere termijn in kaart te brengen. Om aan de studie mee te kunnen doen, moet er in elk geval sprake zijn van ziekteactiviteit (ontstekingen in hersenen en/of ruggenmerg) ondanks het gebruik van ontstekingsremmende MS-medicatie.
Financiering
De afdelingen neurologie (prof. Joep Killestein) en hematologie (prof. Sonja Zweegman) van Amsterdam UMC voeren deze studie uit. Het onderzoek is mogelijk door een gezamenlijke subsidie van Stichting MS Research en het Nationaal MS Fonds. De stichtingen investeren elk € 475.000 in de studie en dragen zo bij aan het antwoord op de vraag of stamceltherapie een goede behandeloptie is bij mensen met MS in plaats van de huidige voor MS geregistreerde tweedelijns therapieën. Het onderzoek zal dus inzicht bieden in de exacte plaatsbepaling van stamceltherapie bij MS.
De RAM-MS studie is met een jaar verlengd, doordat de inclusie vanwege corona tijdelijk was onderbroken. In december 2024 is de inclusie afgerond. Het opvolgen van de deelnemers en afronding van de studie loopt t/m eind 2026. Meer informatie over het onderzoek is te vinden op de website van het Amsterdam UMC.
Bekijk de meestgestelde vragen over stamceltherapie hier